Monument voor Prof. Dr. A. de Froe
Monument voor Prof. Dr. A. de Froe
Monument voor Prof. Dr. A. de Froe
2013 - 2018
Universiteit vn Amsterdam (UVA)
Amsterdam

Monument voor Prof. Dr. A. de Froe 2013 - 2018

De Universiteit Van Amsterdam (UVA) nam in 2013 het initiatief om een monument op te richten voor Prof. Dr. A. (Arie) de Froe (1907-1992), hoogleraar antropobiologie en menselijke erfelijkheidsleer en van 1973 tot 1977 tevens rector magnificus aan de UVA. In de Tweede Wereldoorlog kwam De Froe, die als rassenkundig specialist door de nazi’s werd hooggeacht, in verzet tegen de bezetter, waarbij hij zich schuldig maakte aan wetenschapsfraude. Tijdens de ‘zuivering’ van Nederland fraudeerde hij door Sefardische Joden als niet-Joden aan te merken om daarmee hun deportatie te voorkomen. Onder deze omstandigheid week wetenschappelijke integriteit voor menselijke moraal.

 

Het initiatief voor dit monument stelt een aantal cruciale aspecten aan de orde rondom tijd en timing. Enerzijds moet de nagedachtenis aan Arie de Froe de tijd doorstaan; zoals het een monument betaamt moet de nagedachtenis aan deze figuur levend worden gehouden, hem behoeden voor de vergetelheid. Anderzijds is een vaste omlijsting daarvoor, een tijdloos denkkader, niet voorhanden als gevolg van een in de tijd voortdurend verschuivende wetenschappelijke ethiek. Hoe we deze historische figuur moeten zien is allerminst een historisch uitgemaakte zaak. Integendeel, zijn nagedachtenis is onvermijdelijk omringd door hedendaagse ethische kaders en onlosmakelijk verbonden aan hedendaags discours over wetenschappelijke integriteit. De Froe’s monument verenigt een wirwar van ethische gezichtspunten, die nooit vaste grond hebben, maar constant fluctueren. Het monument speelt zich af in wat misschien contra-tijdloosheid genoemd kan worden, waarin verleden, heden en toekomst elkaar geen moment met rust laten.

 

Als slachtoffer van de Duitse bezetter verrichtte hij heldendaden door groepen Joden voor deportatie te behoeden. Hij deed dat evenwel als rassenkundige, in een wetenschappelijke discipline waar de nazi’s hun rassenpolitiek op baseerden - hij bedonderde de nazi’s binnen hun eigen raciale doctrine. Waarom zou hij zich wel aan de wetenschappelijke integriteitsregels houden terwijl de nazi’s zonder enig moreel besef alle regels aan hun zwarte laars lapten? Maar kan de wetenschap wel het moment bepalen waarop wetenschapsfraude geoorloofd is? Waar liggen dan de principiële grenzen? Deontologie is het fundament van de wetenschap en tegelijk haar achilleshiel.

 

Welke rol speelt tijd m.b.t. wetenschappelijke integriteit? Rassenkunde en wetenschapsfraude - de twee belangrijke thema’s in het geval van De Froe - kregen door de tijd heen andere dimensies. In zijn tijd was rassenkunde een gangbare academische discipline, maar biedt tijd een excuus voor inhumane wetenschap - omdat het toen normaal was? Het is onmogelijk om over dat verleden te oordelen zonder conflicterende hedendaagse morele perspectieven. De Froe confronteert ons met de vraag hoe omstandigheden, wetenschappelijke integriteit en tijd zich tot elkaar verhouden. De actualisering van historische wetenschapsfraude in een nieuw monument geeft bovendien een hedendaagse politieke dimensie aan het herdenkingsproces. Dit postume monument positioneert Prof. Dr. A. de Froe behalve als wetenschapper en verzetsheld als de genius van ethische dilemma’s in de wetenschap.

 

Kunst is het bij uitstek geschikte podium waarop de continue nervositeit waarmee wetenschap, ethiek en tijd zich verhouden ongestraft kan worden getoond en beoordeeld. Mijn voorstel is dat de Collectie Fysische Antropologie - menselijke resten - die de in de eerste helft van de 20ste eeuw voor wetenschappelijk doel werd verzameld, maar thans onbruikbaar en ethisch gestigmatiseerd staat opgeslagen in het Amsterdamse depot van het Tropenmuseum, opnieuw naar de Universiteit van Amsterdam verhuist en ten dienste van de wetenschap wordt gesteld - als monument voor Arie de Froe. Het monument bestaat uit gegalvaniseerde stalen dozen met de tekst: MONUMENT PROF. DR. A. DE FROE 1907-1992. Ze bevatten de gehele fysisch antropologische collectie, precies zoals momenteel is opgeslagen en gearchiveerd, met de registratiecodes geperforeerd aan de zijkant.

 

Juist in een tijd waarin wetenschappelijke ethiek onder het vergrootglas ligt is de Collectie Fysische Antropologie intrinsiek van grote wetenschappelijke waarde, die op het podium van de kunst geopenbaard kan worden Het ligt in de aard van de wetenschap dat het geen model heeft om met wetenschappelijke dilemma’s om te gaan. Een feilloos geacht academisch systeem kan per definitie zijn feilen niet incorporeren, maar de kunst kan dat wel. De universiteit heeft geen gedragscode voor het schenden van de gedragscode en er is geen gedragscode is voor het plegen van fraude, maar op het platform van de kunst kunnen die intrinsieke pijnpunten van de wetenschappelijke ethiek in openheid en straffeloos bestaan. De methodiek van de kunst maakt een andere blik op deze collectie mogelijk, reikt een wijze van reflectie aan die op het academische podium niet bestaat.

 

De universiteit heeft dus de mogelijkheid om deze collectie opnieuw wetenschappelijk relevant te maken, op het podium van de kunst. Niet om vanaf daar naar een kunstzinnige werkelijkheid te kijken, maar om door de ogen van de kunst te kijken naar werkelijke contouren van de wetenschap. Het monument is daartoe het geëigende artistieke medium, Arie de Froe is de geëigende personifiëring van academische dilemma’s, de Collectie Fysische Antropologie is het harde bewijs dat de wetenschap, De Froe en kunst verbindt.